KEMPENS LANDSCHAP

 

Kempens Landschap, met het Fort van Duffel, heeft zich ook bij het project Muren en Tuinen aangesloten, om deel uit te maken van een internationaal netwerk van vestingbouwkundige sites. Dankzij deze context van samenwerking, de diversiteit van de benaderingen en de vorderingen die op dit vlak door enkele partners werden gemaakt, kon het lokale project worden uitgebreid. Muren en Tuinen biedt ook oplossingen voor problemen waar iedereen mee te kampen krijgt: ecologisch beheer, interpretatie en mediatisering, cultuur en toerisme op sites van het versterkte militaire patrimonium.

Om de eerste doelstelling te bereiken creëert Kempens Landschap in de vestingwerken van Duffel een tunnel waar vleermuizen kunnen overwinteren. Deze tunnel wordt geïntegreerd in de natuurlijk omgeving van het fort. De historische valbrug van het fort wordt eveneens gerestaureerd om de toegang tot de site zo nodig af te sluiten. Op die manier wordt de rust van het oord in bepaalde periodes van het jaar gewaarborgd.

Sommige zalen van het Fort van Duffel zijn niet open voor het publiek, omdat er winter en zomer vleermuizen verblijven. Om deze ontoegankelijke delen toch voor bezoek open te stellen creëert Kempens Landschap een alternatief bezoek, met 3D-animaties, die via het internet kunnen worden bekeken.

 

(c).J.Cannaerts

Meer informatie

Bezoek van de partners

DE STAD VEURNE

Veurne heeft de ambitie om een netwerk van wandelpaden te creëren in de nieuwe groene zone, die een glimp bieden op de fauna en de flora en de historische context van de site aan het licht brengen. Deze wandelpaden over een gedeelte van het versterkte landschap dat niet goed gekend is bij de stadsbewoners, zorgen voor een belangrijke meerwaarde. Iedereen kan zo de geschiedenis leren begrijpen en ontdekken, net als de evolutie van het versterkte landschap.

“Groene wig” is een werknaam voor het gehele projectgebied, waarvan het Sint-Walburgapark en het Vaubanpark een onderdeel is.

Het gaat over de vernieuwing van het Sint-Walburgapark in het stadscentrum en de ontwikkeling van de Vauban wallensite waar er een nieuw park wordt aangelegd. Hiermee krijgt de stad Veurne wat extra groene ademruimte.

De vroegere Vaubansite ligt op 500m van het Walburgapark, deels binnen en deels buiten de stadskern en bevat als belangrijkste kenmerk de restanten van een Vaubanvesting. Het grootste deel van de Vaubansite ligt binnen de stadskern.

Een belangrijk aspect is de geschiedenis van de vestingen van de stad Veurne die we voor de bezoekers en bewoners willen duiden en zichtbaar maken. Het is de bedoeling om vanuit de markt in het centrum van Veurne, via het stadspark een rechtstreekse wandelas, mogelijk te maken naar de Vaubansite. Omgekeerd kunnen de fietsers of wandelaars naar het centrum van Veurne gelokt worden via de Vaubansite om daaruit de binnenstad te ontdekken.

Het project moet de lokale woonkwaliteit gevoelig verhogen. Het gebruik en de biodiversiteit wordt gekaderd in een ruimere schaal van de stad. Het is een belangrijk onderdeel van de ambitie van de stad Veurne om de bezoeker en streekbewoner de rijke geschiedenis aan de stad Veurne  in de tijd en de ruimte te ontsluiten.

Het Vaubanpark zal een creatie zijn van een natuurlijk en speels park, met een knipoog naar de vroegere vestigingen met grachten en schansen.
Dit park, complementair met het bestaande stadspark, dient de aanwezige relicten van de Vaubanvesting terug  zichtbaar te maken en te versterken (informatieve en educatieve invulling) door de uitbouw tot een open groen vestingspark. Daarnaast dient het Vaubanpark de vraag naar zachte recreatievormen op te vangen in vorm van ligweiden, een speelbos met wandelparcours. Het Vaubanpark zal een verrijking zijn van het toeristisch aanbod in Veurne en kan door zijn ligging tegen de historische binnenstad worden ingepast in de reeks van bestaande thematische stadswandelingen in en rond Veurne.

Bij de heraanleg van het Sint-Walburgapark voorzien in een valorisatie van de archelogische en cultuurhistorische elementen van de site enerzijds en in een hedendaagse aanpak van de combinatie recreatie – wonen.

 

DE STAD IEPER

 

Ieper vervolgt het ambitieuze herontwikkelingsbeleid van haar vestingmuren. De nieuwe aanleg van wandelpaden, gebruik makend van milieuvriendelijke materialen, en de verbetering van de waterdoorstroming op de vestingmuren zullen erosie voorkomen, het comfort van de gebruikers verhogen en voor iedereen de toegang verbeteren tot een gedeelte aan de rand van de vesting met waardevolle landschappelijke kenmerken. De stad Ieper staat in voor de organisatie van een conferentie in 2013 over het thema van de 'versteende' grens ». 

Met het project Muren en Tuinen ligt de klemtoon op de vroegere militaire bakkerij. Het complex van vijf kazematten (750 m²) wordt aan de lokale bevolking teruggegeven. Deze uitgestrekte ruimtes zijn opgenomen in de omwalling en waren niet toegankelijk voor de inwoners of bezoekers. Het gebouw vlak bij de Sint-Jakobskerk en de Menenpoort herbergt tegenwoordig een conferentiezaal, een cafetaria, sanitaire installaties, een tentoonstellingsruimte en vooral een interpretatiecentrum. Hier vernemen inwoners en bezoekers meer over de geschiedenis van de stad Ieper, de stadsomwalling en de eigenheid van het vestinglandschap - dat alles in een hedendaagse scenografie en gebaseerd op de kennis van de partners.

Op 28 april 2013 werd het interpretatiecentrum feestelijk geopend in aanwezigheid van Carl Decaluwé, gouverneur van de provincie West-Vlaanderen.

Vlak naast de Kazematten kon dankzij het project een tuin worden aangelegd met de lokale planten die in de middeleeuwen in Ieper voor de textielindustrie werden gebruikt. Heel wat van deze planten hebben in de vestingwerken stand gehouden en nu zijn ze op één plek verenigd, voor educatieve doeleinden. Deze tuin zou vanaf de zomer van 2013 open moeten zijn voor het publiek.

Nog een laatste realisatie die mogelijk was dankzij het project: de aanleg van wandelpaden over de stadswallen, met duurzame materialen voor een betere permeabiliteit van de bodem.

 Op 29 maart 2012 waren de projectpartners ter plaatse. Lees meer in het reisverslag!

DE STAD BRUGGE

Op de Brugse omwalling bevindt zich een van de laatste vier middeleeuwse poorten van de stad: de Gentpoort. Deze poort was van alle stadspoorten strategisch gezien wellicht het best gelegen, want van hieruit leidt de weg naar Gent. Samen met andere historische sites maakt deze poort deel uit van de Bruggemusea.

De poort werd gerestaureerd en omgebouwd tot een educatief centrum, waar de bezoeker zich kan verdiepen in de defensieve functie van de omwalling doorheen de tijd. Er wordt een interactief bedieningspaneel geïnstalleerd om informatie mee te delen over de andere sites van het project Muren en Tuinen.

De Gentpoort is ook het vertrekpunt van een wandel- en fietscircuit over de omwalling van Brugge.

Het Minnewaterpark (ten westen van de Gentpoort) is een prachtige tuin in hartje Brugge. Het ligt aan de Katelijnevest en geeft rechtstreeks toegang tot het historische en toeristische centrum. Het Kanaaleiland, vlakbij, is speciaal ingericht om er de toeristen te verwelkomen. Het wandelcircuit door het park heeft daardoor nog aan belang gewonnen. Een van de ingangen wordt in 2013 gerenoveerd en er komt een nieuwe voetgangerstoegang en een speeltuin.

Een beetje verder, aan de Katelijnevest, werden in 2011 de oevers gerestaureerd. Over een lengte van 200 meter werden de tegels van blauwe hardsteen opnieuw gebruikt en gestapeld tot een hoogte van 60 cm. De steunmuur houdt het gras op de oevers van de Katelijnevest tegen.

Aan de voet van de Poertoren, op ongeveer 3 meter onder het grondniveau, in de Begijnenvest, stond het sluiswachtershuis. In de tweede helft van de 18e eeuw werd het gebruikt als woning en werkplaats van de sluiswachter van de Keizerinnestuw (dam). In het begin van de 20e eeuw werd het huis uitgebreid tot een woning in de traditionele Brugse stijl. Tot de jaren zeventig en tachtig was het huis nog bewoond en lag er naast de stadswal aan de Begijnenvest een schilderachtige moestuin, maar dan werd het een kwarteeuw lang verwaarloosd. Het gebouw opnieuw als woning gebruiken op een plek die regelmatig onder water staat, was ondenkbaar en dus werd besloten om het slopen; de tuin werd opgenomen in de groene ruimten langs de omwalling.

Het perceel had een totale oppervlakte van 1510 m². Tot in de jaren tachtig werd de moestuin intensief in stand gehouden en zo werd hij een pittoreske en aantrekkelijke referentie langs de stadswallen. Vóór 2009 was de tuin moeilijk zichtbaar voor voorbijgangers, toeristen of omwonenden. Om in de moestuin te geraken moest je via een kleine deur en een steile trap van 17 stenen treden, ten westen van de Poertoren. Hij was met andere woorden ontoegankelijk.

Dankzij het project Muren en Tuinen kon de tuin worden heraangelegd en werd hij voor iedereen toegankeijk.

 

Meer info

.............................................................................................................................................................................................

PROVINCIE WEST-VLAANDEREN

De provincie West-Vlaanderen, die samen met het Noorderdepartement aan de oorsprong staat van het project, is
verantwoordelijk voor de activiteiten op het vlak van "landschap en ecologisch beheer van de sites" en medeprojectleider van de groep "Grenzen".

 

  Le projet «Murailles et Jardins» s'inscrit dans le cadre du programme INTERREG IVA des 2 Mers